submenu

Uniek karakter van de J. Deschuyffeleerdreef - 26/11/2019

Witte gevels en rode daken

Onze verkenningstocht door buurten in en rond Wemmel brengt ons dit keer naar de J. Deschuyffeleerdreef. De straat, tussen de kerk en de begraafplaats, wordt getypeerd door witgekalkte rijhuizen en belichaamt de Vlaamse droom van de golden sixties.

De J. Deschuyffeleerdreef ademt rust uit. Dat komt door de bomen, maar zeker ook door de eenvormigheid van de huizen. In blokjes van twee of drie nagenoeg identieke huizen zorgen ze voor een harmonieus ritme als je door de straat loopt. De witgekalkte gevels en rode pannendaken vormen het uniform. 

De huizen zelf zijn gebouwd volgens de gangbare droom van de jaren zestig: bel-etages met grote ramen en – meestal – een garage onderaan. Er is zelfs een oprit, voor een tweede auto of de auto van bezoekers. Een tuin en voortuin mogen niet ontbreken. Ook volgens de nieuwe trends na de Tweede Wereldoorlog: alle huizen werden uitgerust met een aparte badkamer. Vandaag vanzelfsprekend, maar zestig jaar geleden was het dat allerminst. Kortom, het was goed en gezond wonen in die vooruitstrevende J. Deschuyffeleerdreef. 

In een van de woningen woont al zes decennia Jan Dierickx (94). ‘In de ‘konijnenpijp’, een doodlopende zijtak van de straat’, vertelt hij. ‘Er zijn drie types woningen in de wijk. De grootste hebben vier slaapkamers. Dan heb je ook nog huizen met drie slaapkamers, met en zonder garage.’ 

‘Waar nu de wijk ligt, waren vroeger allemaal velden en onverharde wegen’, vertelt Jan. ‘Ik heb me daar vroeger als kind goed geamuseerd. Ik ben geboren en getogen in Wemmel. Ik ben opgegroeid aan de Windberg, niet zo ver van het kerkhof, wat nu de J. Deschuyffeleerdreef is. Ik ging dus vaak spelen op de plaats waar ik later zou wonen.’ 

Propere gevels  

De huizen werden gebouwd in opdracht van sociale woonmaatschappij Erf en Haard. ‘Na de Eerste Wereldoorlog had die maatschappij ook al een reeks kleinere huizen aan de Steenweg op Brussel neergezet, bij de grens met Jette’, weet Jan. Rond 1960 werden in totaal 73 woningen gebouwd in de Deschuyffeleerdreef, maar ook in een stukje van de G. van Campenhoutstraat. ‘Eind jaren vijftig, begin jaren zestig is de bouw van de wijk begonnen. Mijn schoonbroer was een van de architecten. Zo kwam ik de plannen te weten. Ik heb meteen ingetekend. Nu, zestig jaar later, woon ik er nog altijd met evenveel plezier.’ 

Eerst mochten alleen Nederlandstalige gezinnen met jonge kinderen in de wijk wonen. ‘Al waren er toch die een uitzondering op de regels konden krijgen, want naast mij woonde een ouder koppel met volwassen kinderen’, herinnert Jan zich. ‘De witte gevels waren ook een verplichting. Dat is geen slechte zaak, want zo is iedereen sneller geneigd om zijn huis proper te houden.’ 

‘De wijk was ooit allicht de veiligste van de hele regio. In onze wijk woonden op een bepaald moment maar liefst zes politieagenten. Op zeventig gezinnen is dat niet slecht. Vroeger kende iedereen iedereen. Vandaag is dat wat minder. Van de oorspronkelijke bewoners  blijven er niet veel meer over.’ 

Verzoenende senator  

De straat dankt haar naam aan de Wemmelse politicus Jozef ‘Jef’ Deschuyffeleer. Hij werd in 1913 in Laken geboren, maar verhuisde naar Wemmel. Hij was senator en woonde in de Parklaan. Hij was actief bij de KAJ, de jeugdbeweging van de christelijke arbeidersbeweging, en later ook bij ACW (vandaag Beweging.net). Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij in het verzet: hij hielp joodse kinderen en werkweigeraars die ondergedoken leefden. In 1942 zat hij daar enkele maanden voor in de gevangenis. Na de oorlog hield hij tijdens de IJzerbedevaart een verzoenende speech. Deschuyffeleer was ook politiek actief. Hij stond mee aan de wieg van de CVP (vandaag CD&V). Vanaf 1949 was hij voorzitter van de Vlaamse vleugel van de toen nog unitaire partij, tot zijn dood tien jaar later. Deschuyffeleer ligt begraven op het kerkhof van Wemmel, niet zo ver van de straat die nu zijn naam draagt. 

Jan heeft Deschuyffeleer gekend: ‘Tijdens een vliegtuigongeluk verloor Deschuyffeleer een been. Hij kreeg een prothese, maar in die tijd was zoiets een verschrikkelijk zwaar ding. Als hij in de kerk stapte, maakte dat veel lawaai. Als hij zijn prothese op de grond zette, galmde dat door de kerk. Niemand  keek daarvan op, want iedereen wist hoe dat kwam.’ 

Petanque op het speelpleintje  

Via de J. Deschuyffeleerdreef heb je toegang tot een speelplein, dat ingesloten ligt tussen de tuinen van de mensen uit de J. Deschuyffeleerdreef, de Kouter en de F. Robberechtsstraat. Wie niet goed oplet, wandelt er zo voorbij, maar tussen twee hagen kun je wel degelijk naar het speelterrein. Hier ligt ook de kiem van de Wemmelse petanqueclub. ‘Enkele bewoners hebben dat in gang gezet’, weet Jan. ‘Op het speelpleintje waren twee petanquevelden. Jammer genoeg is het speelplein jarenlang een beetje verwaarloosd geweest.’  

Daar komt binnenkort verandering in, want het pleintje mag zich aan een opknapbeurt verwachten. ‘We willen  het speelplein vernieuwen in overleg met de buurtbewoners’, vertelt schepen van jeugd Raf De Visscher, die ook in de J. Deschuyffeleerdreef woont. ‘In het verleden was het speelpleintje erg gericht op jonge kinderen, met onder meer een grote zandbak. Nu willen we kijken wat de noden van de huidige bewoners zijn. We willen dat stukje teruggeven aan de mensen van de wijk. Het moet een ontmoetingsplek worden voor elke leeftijd. Misschien zelfs met volkstuintjes. In het voorjaar zullen we de mensen samenroepen en bevragen. Hopelijk vinden we enkele trekkers in  de wijk om mee de schouders te zetten onder de vernieuwing van het pleintje.’ 

Tekst: Wim Troch 
Foto: © Tine De Wilde 
Uit: zandloper december 2019