submenu

Nieuwe bestemming voor Molens Jespers - 23/03/2020

Van vuurmolen tot lofts

De Molens van Jespers worden verbouwd. Het complex wordt een site met zeven lofts, zeventien appartementen en een commerciële ruimte. Tijd dus voor een gesprek met Stefaan Jespers, een van de nazaten van de Wemmelse molenaarsfamilie.

Wie geregeld door de Frans Robbrechtsstraat rijdt, heeft het bijzondere bouwwerk ongetwijfeld al zien staan. Twee hoge, robuuste blokken achter elkaar, met een soort katrolsysteem boven de derde verdieping van de blok aan de straatkant. Wie lang genoeg in Wemmel woont, weet dat de Molens van Jespers tot de jaren tachtig in het gebouw gevestigd waren.

‘Al sinds de middeleeuwen zijn mijn voorvaderen molenaars’, vertelt Stefaan Jespers. ‘Op verschillende locaties, maar sinds de achttiende eeuw in Wemmel.’ Toen baatte ene Jan Baptist Jespers de watermolen van Amelgem, op de grens met Meise, uit. Ook zijn zoon Guillelmus en diens zoon Paul waren er molenaar, tot 1895. Het was diezelfde Paul Jespers die rond 1877 de Windmolen aan de Molenweg kocht. Die molen is in 1892 afgebrand. Rond die tijd kocht hij de gronden aan de Frans Robbrechtsstraat, toen die nog Kerkstraat heette. Naast een bestaande hoeve werd de molen gebouwd, zoals we die vandaag nog grotendeels kennen.

Tegenwoordig gaat het gebouw op in de omgeving, maar eind negentiende eeuw torende de molen met zijn drie verdiepingen hoog boven het landschap uit. Op enkele boerderijen na, waren er enkel velden en boomgaarden. Naast de molen laat Eugeen, de grootvader van Stefaan, halverwege de jaren dertig een huis bouwen. De lichtgekleurde art-decowoning, die op de plek kwam waar de oude hoeve stond, is al even bepalend voor het straatbeeld als de molens.

Vuurmolen

‘De molen werd gecombineerd met een houtzagerij’, weet Stefaan, de achterkleinzoon van Paul. ‘Dat was destijds niet ongebruikelijk. Het houtwerk van een molen moest in die tijd regelmatig vernieuwd worden. Het was dus best handig als de expertise en het materiaal onder hetzelfde dak zaten.’

Wie aan een molen denkt, ziet doorgaans een gebouw met wieken voor zich, of met een waterrad. Dat is niet zo voor de molen langs de Robbrechtsstraat. De Industriële Revolutie heeft eind negentiende eeuw ook in het molenaarsvak haar intrede gemaakt. ‘De molen werkte op een stoommachine, die aangedreven werd door steenkolen. Vandaar de bijnaam ‘Vuurmolen’. Later – eind jaren dertig – kwam er een dieselmotor. Dat was een hele machine, van enkele meters lang. De motor dreef 26 dubbele molenstenen aan. Heel vooruitstrevend voor die tijd.’

In de molen werd tarwe, haver en zemelen gemalen. ‘Op het hoogtepunt werkten er meer dan twintig mensen. Dit was de grootste molen van Brabant, en misschien wel van Vlaanderen. Boeren uit de buurt kwamen er hun graan leveren, maar mijn grootvader ging soms ook naar de Beurs van Brussel, om er graan uit Frankrijk op te kopen. Dat werd dan in de haven van Antwerpen geleverd. Ik ben nog mee geweest met de vrachtwagen naar de graansilo’s in de haven, waar we dan 25 ton graan gingen opladen. De klanten waren vooral bakkers uit de buurt.’

Originele bakstenen

Stefaans vader Paul was voorbestemd om het molenaarschap voort te zetten, maar hij koos ervoor om de melkerij van zijn schoonfamilie – in Brussegem – over te nemen. ‘Twee nonkels hebben de molen overgenomen’, vertelt Stefaan. ‘Tot begin jaren tachtig. Toen mijn tante, die niet zo veel affiniteit met de molen had, weduwe werd heeft ze de molen verkocht. Nadien is Rovacos (dat decoratieartikelen voor bakkers maakt, n.v.d.r.) in het gebouw gekomen.’

Nu wordt het complex door een projectontwikkelaar omgevormd tot een site met moderne appartementen en lofts. ‘De oorspronkelijke structuur moet bewaard blijven, want de gemeente heeft het gebouw een beschermde status verleend’, zegt Stefaan. ‘Ook de originele bakstenen moeten weer zichtbaar worden, die tot nu verscholen zaten achter een nieuwe laag bakstenen.’

Glijbaan

De molen heeft veel betekend voor Wemmel. Niet alleen waren bijna alle werknemers Wemmelaars, de familie Jespers is altijd erg betrokken geweest bij het Wemmelse gemeenschapsleven. ‘Mijn grootvader was voorzitter van de kerkfabriek en van de schuttersgilde’, zegt Stefaan, die zelf ook voorzitter is geweest van de Wemmelse Cultuurraad en in het oudercomité van Mater Dei zat. ‘Mijn grootvader was ook actief bij de oprichting van de sociale huisvestingsmaatschappij, net na de Eerste Wereldoorlog.’ Ook in de Tweede Wereldoorlog speelde de molen een rol. ‘In de kelder van het huis was een geheime ruimte. Daar konden soldaten en verzetsleden ondergedoken verblijven.’

‘Ik heb fijne herinneringen aan de molen. Wist je bijvoorbeeld dat er een soort glijbaan in de molen stond? Dat was om zakken bloem snel naar beneden te krijgen, maar als kind gleden mijn neven en ik daar natuurlijk zelf van af. (lacht) Ik heb er veel rondgelopen tijdens de vakanties; de molen is een stukje van mezelf geworden. Ik kijk dan ook met gemengde gevoelens naar de verbouwingswerken.’

Midden jaren tachtig sloot de molen aan de Robbrechtsstraat. Maar dat betekent niet dat het molenaarsbloed van de familie Jespers helemaal gestold is. In Bierghes, vlak over de taalgrens tussen Halle en Edingen, staat vandaag nog steeds ‘Moulins Jespers’, waar een kleinzoon van een broer van Stefaans grootvader nu een volautomatische molen uitbaat. De eeuwenoude traditie gaat nog steeds voort.

Tekst: Wim Troch
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper april 2020