submenu

Heden en verleden van de Obberg - 30/09/2021

‘Straat zonder pretentie’

Deze maand belanden we in onze verkenningstocht door Wemmel in de Obberg, in de landelijke buurt aan de grens met Relegem. Tussen de ring en het centrum van de gemeente is het een verrassend rustige plek.

In de zuidwestelijke hoek van de gemeente, niet zo ver van de ring, vlak bij het voetbalterrein van KVK Wemmel, de sporthal en de vijver van Wemmel, ligt de Obberg. De straat mondt uit in een veldweg naar Relegem. Wie er niet moet zijn, komt er niet. Zodoende is het er, hoewel je vlak bij de Steenweg op Brussel zit, verbazend rustig. Toch is het verhaal van de Obberg levendiger dan je zou vermoeden als je door de straat loopt.

Authentieke bewoners

De Obberg was de plek waar enkele bekende Wemmelse families hun bakermat hebben. In de zandloperkrant van februari vertelde gewezen staatssecretaris Olivier Deleuze al over hoe hij opgroeide in de Obberg, en ook choreografe Anne Teresa De Keersmaeker rakelde in het decembernummer van vorig jaar herinneringen op over haar jeugd in deze straat.

Ook Luk Balcaen groeide op in de Obberg en woont er nog steeds. ‘Ik ben drie keer in mijn leven verhuisd, en telkens was dat 25 meter’, lacht hij. ‘Mijn overgrootvader Remy heeft hier in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog, rond 1910, een stal gebouwd. Hij was een paardenhandelaar en haalde zijn paarden uit Engeland. Eerst woonde hij met zijn vrouw boven het karrenhuis van de stal. Later bouwde hij zijn woning aan de straat, vóór de stal. Zijn zoon Antoine bouwde in 1926 zeventig meter verder zijn woning: Villa André. Die is vernoemd naar mijn vader. Die bouwde in 1956 dan weer een nieuwe woning tussen beide woningen in: het huis waarin ik ben opgegroeid. Ik heb er 25 jaar gewoond. Na mijn huwelijk zijn we in de verbouwde paardenstal gaan wonen die mijn overgrootvader had gebouwd. Toen ons derde kindje op komst was, werd de woning te klein en hebben wij een huizenruil gedaan met mijn ouders. Na hun overlijden heb ik de paardenstal gerenoveerd, en zijn we er opnieuw ingetrokken. En het verhaal is nog niet gedaan, want in augustus verhuizen mijn zoon Sam, Katrien en Sander naar mijn ouderlijke woning, het huis waar ook Sam zijn kindertijd en jeugd heeft beleefd. Na meer dan een eeuw woont er dus opnieuw een driegeslacht op de plek waar het allemaal begon.’

Luk Balcaen: ‘In mijn kindertijd was dit een eenvoudig kasseibaantje, met de winkeltjes van Stinne en Maria en zes of zeven kleine boerderijtjes

Luk vertelt geanimeerd over zijn straat. ‘Dit is een wijk zonder pretentie. De mensen zijn hier authentiek, er is best veel contact tussen de bewoners. Er wordt een winterbarbecue georganiseerd en in de zomer is er ook een feest, waarbij iedereen iets meebrengt om te eten of te drinken. Vroeger was er een groots buurtfeest, dat begon met een stoet van de kerk tot onze wei, met de fanfare en majorettes op kop. Nadien was er muziek op onze wei, met lambiek en geperste kop. Zo’n vijftien jaar geleden kwam er een vervolg op onze velden, met Weirock. Dat werd georganiseerd door mijn zoon en enkele vrienden. Het begon heel klein, maar na enkele jaren kwamen daar toch drie- tot vierhonderd mensen op af.’

Bier bij de boer

Luk beleefde in de Obberg de jongensjeugd zoals die in nostalgische verhalen wordt beschreven. ‘We speelden voetbal op het veldje langs de straat, in de winter gingen we met de slee de berg af. In het bos bouwden we kampen. Op de plaats waar nu het speelbos De Motte is, was vroeger een stortplaats. Daar gingen we met pijl en boog op ratten schieten. Samen met de andere jongens uit de straat gingen we spelen op de werven van de nieuwe huizen in de Bernheimwijk.’

Die verkaveling rond de Kapitein Wouterslaan, tussen de Obberg en de Vijverslaan, werd in de jaren 60 aangelegd. Net zoals op andere plaatsen in de gemeente is ook hier na de Expo van 1958 veel bijgebouwd. In de zestig jaar dat Luk in de Obberg woont, heeft hij de straat zien veranderen. ‘In mijn kindertijd was dit een eenvoudig kasseibaantje, met de winkeltjes van Stinne en Maria waar we snoep kochten. Er stonden zes of zeven kleine boerderijtjes. Al die boeren maakten toen hun eigen bier. Dan gingen ze bij elkaar proeven. In welke toestand ze de volgende dag op hun veld stonden, vraag ik me nog altijd af.’ (lacht)

Vakantiepanorama

De bekendste van die boerderijen in de traat is Hof ten Obbergen. Daar woonde de familie De Keersmaeker, met als bekendste telgen oud-burgemeester Henri, en de zussen Anne Teresa en Jolente. Vandaag is het een woonerf. Maar ook al prijkt de naam ‘Hof ten Obbergen’ nu trots in elegante smeedijzeren letters op de gevel en heeft het gebouw een geschiedenis van drie eeuwen, toch is dit niet het originele Hof ten Obbergen. De boerderij aan het begin van de straat heette oorspronkelijk ‘Boer Segershof’.

Het eerste Hof ten Obbergen stond op de driehoekige lap grond die nu omsloten is door de Obberg, de Motte en de Pieter Paul Rubenslaan, maar de hoeve werd vorige eeuw afgebroken. De boerderijtjes van weleer zijn verdwenen, de straat werd geasfalteerd en er is heel wat bijgebouwd in de laatste zes decennia. Maar toch heeft de straat haar landelijke karakter weten te behouden. Richting de ring zie je van op de Van Eycklaan het verkeer onophoudelijk in de verte voorbijrazen, aan de andere kant van de akkers. Als de wind verkeerd zit, hoor je het verkeer ook op de achtergrond. Ook richting het speelbos en de manege De Motte zijn er glooiende velden. ‘Het mooiste plekje van de omgeving? Dat is mijn terras’, zegt Luk. ‘Het uitzicht op de weiden en het bos achteraan is fantastisch. Op onze wei staan nu mijn schapen, maar ook de paarden van de manege. Als ik op reis ben, denk ik soms: het is hier toch niet mooier dan thuis. Zeker als het weer op vakantie wat tegenzit.’ (lacht)

 

Tekst: Wim Troch
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper oktober 2021