submenu

Relegem-centrum - 02/12/2021

Landelijk dorp in de schaduw van Brussel

In deze aflevering van de reeks ‘Wijken in Wemmel’ overschrijden we de gemeentegrens en gaan we op pad in Relegem, het dorp tussen Zellik en Wemmel. Een landelijkere omgeving is in de buurt moeilijk te vinden, al drukt de hoofdstad ook hier haar stempel op het leven.

Tot eind jaren 70 was Relegem een zelfstandige gemeente, maar ‘de grote fusie’ van 1977 maakte een eind aan die autonomie. Net zoals veel kleine dorpen werd ook Relegem ‘opgeslokt’ door een grote buur. Dat werd Asse, dat samen met Zellik, Mollem, Kobbegem en Bekkerzeel één grote gemeente werd. Vijftig jaar geleden drukten sommige Relegemnaars de wens uit om na de gedwongen fusieoperatie samen met Wemmel één grotere gemeente te vormen. Misschien hoopten sommige Wemmelaars dat ook, maar ondanks de wederzijdse betrokkenheid tussen de inwoners van beide kernen, maakten de taalfaciliteiten van Wemmel het onmogelijk dat het eentalige Relegem en het tweetalige Wemmel een eenheid zouden vormen. Zodoende werd Relegem een klein broertje in de grote fusiegemeente Asse-Zellik.

Landelijk karakter

Kleinschaligheid is iets waardoor Relegem altijd al is gekenmerkt. Het is een voorbeeld van een ‘straatdorp’: een verzameling van huizen gegroepeerd langs een straat. Allicht ontstond het dorpje langs de Romeinse baan, die van Zellik via Wemmel en Vilvoorde richting Elewijt liep. Op het einde van de 17e eeuw telde Relegem slechts 16 huizen, waarvan één brouwerij en twee afspanningen.

‘Toen ik kind was, woonden er 530 mensen in Relegem’, vertelt Jef De Prins, die er, op een handvol jaren na, heel zijn leven woont. In 1968 is de Uilenspiegelwijk aangelegd, en later de Meiveldwijk. Daardoor kwamen er op korte tijd 1.000 inwoners bij. Vandaag telt Relegem zo’n 1.600 inwoners. De gemeente is dus erg gegroeid, maar kon toch haar landelijke karakter bewaren.’

‘Voor de grote fusie maakten we thuis bij gemeenteraadsverkiezingen altijd een pronostiek’, vertelt Marleen Van Roy, ook geboren en getogen in Relegem. ‘Ik kon toen van ieder huis zeggen wie er woonde, en wie familie was van wie. Op een handvol stemmen na konden we altijd perfect de verkiezingsuitslagen voorspellen.’

Sluipverkeer

De hoofdas van Relegem wordt vandaag gevormd door de Poverstraat, de Dorpsstraat en de Rasselstraat. Ze verbindt de kernen van Wemmel en Zellik. De Dorpsstraat werd rond 1850 van kasseien voorzien. Met de hoeve Koning van Spanje, Den Ouden Belg en de parochiekerk staan hier de oudste gebouwen van Relegem. Eigenlijk zou het er niet erg druk mogen zijn, maar de baan wordt vaak als alternatief gebruikt als het op de ring andermaal niet vlot. ‘Ook via de Pastoriestraat zoekt het sluipverkeer zijn weg’, zegt Jef. ‘Als er iets gebeurt op de ring, zit het hier onmiddellijk vast. De nabijheid van Brussel is soms een voordeel, maar soms ook een nadeel.’

‘Ik herinner me dat je de ring gewoon mocht oversteken’, weet Marleen. ‘Er stond een bord: Hier oversteken op eigen risico. (lacht) Je moest goed uitkijken, maar je kon te voet naar de stad. Dat vind ik zo fijn: je woont hier in het groen, maar je bent toch snel in de stad.’

Die combinatie stuwt ook de huizenprijzen omhoog. ‘Op 40 jaar zijn de prijzen van woningen maal tien gegaan’, vervolgt Jef. ‘Het is voor jonge mensen heel moeilijk om in hun gemeente te blijven wonen. Het aandeel van Relegemnaars die hier geboren en getogen zijn, is dus erg klein. Dat zijn dan vooral de oudere inwoners. Toch is er nog een sterk verenigingsleven, met bijvoorbeeld Ferm, Blijf Jong Relegem en de Landelijke Gilde. Vroeger kende iedereen elkaar en gaven we elkaar bijnamen. Dat gebeurt tegenwoordig niet meer. Voor sommigen is Relegem een slaapgemeente geworden, maar toch zijn er nog veel activiteiten.’

Verborgen bijzonderheden

Wie op zoek gaat naar grootse monumenten, zal in Relegem van een vrij kale reis terugkomen. Toch is een wandeling door Relegem de moeite waard, met het typische kerkje dat boven de dorpskern uittorent, de glooiende landschappen waar landbouwers hun akkers bewerken en de oude hoeves. Daarnaast zijn er enkele verborgen bijzonderheden met een uniek verhaal. Zoals de gevel van restaurant Den Ouden Belg. Daarin zit een onopvallende, maar merkwaardige steen. Op zo’n halve meter boven de stoep, aan de hoek met de Pastoriestraat, zie je de roestige merksteen. Wie goed kijkt, ontwaart het logo van het Nationaal Geografisch Instituut, dat onder meer de topografische kaarten van ons land opstelt. De gekke gevelsteen is een geodetisch punt, dat dienst doet als vast punt vanwaar landmeters afstanden bepalen.

Nog een wetenswaardigheid: de Maalbeek ontspringt in Relegem. Je kunt ze zien als ze onder de Pastoriestraat stroomt. Hier is ze nog een kleine, schijnbaar onbeduidende beek, maar ze is wel degelijk een belangrijke waterader geweest. Door het grote hoogteverschil dat de beek overwon in haar loop door Wemmel, Meise en Grimbergen, leverde ze de nodige kracht voor de vijf watermolens: de Sprietmolen, ’s Gravenmolen, Liermolen, Tommenmolen en Oyenbrugmolen. Een van de zijstraten van de Poverstraat heet Maalbeek, een verwijzing naar de bron.

Met een bakker, een frituur, een café, een apotheek, een tandarts en enkele huisartsen vind je in Relegem enkel het hoogstnodige. Boodschappen moet je dus elders doen. ‘Ik denk dat de meesten naar Wemmel of Merchtem gaan om inkopen te doen, of misschien nog verder’, besluit Jef.

 

Tekst: Wim Troch
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper december 2021