Taalondersteuning in de Academie
04/07/25
Ook kunstacademies verwelkomen een veranderend publiek, waarbij kinderen en volwassenen soms gehinderd worden door een mindere kennis van het Nederlands. De Academie in Wemmel pionierde met een taalondersteuningstraject op zoek naar oplossingen.
De Academie Muziek, Dans en Theater is een officiële onderwijsinstelling die net als het leerplichtonderwijs moet voldoen aan de Vlaamse regels inzake taalbeleid. Maar net zoals de gewone scholen in onze regio wordt ook de Academie geconfronteerd met anderstaligheid. De mindere kennis van het Nederlands bij heel wat leerlingen speelt ook de docenten soms parten. Maar ondersteuning zoals in het leerplichtonderwijs ontbreekt vooralsnog nog in het deeltijds kunstonderwijs.
Tachtig procent anderstalig
‘Ik schat dat toch 75 à 80 procent van onze leerlingen anderstalig zijn’, zegt directeur Gerard De Clercq van de Wemmelse academie. ‘En dat gaat dan al lang niet meer alleen om Frans, Engels, Italiaans of Spaans. Dat bemoeilijkt soms de communicatie en zet toch wat druk op de organisatie en de kwaliteit van ons onderwijs. Zeker wanneer het gaat om heel jonge kinderen die nog nauwelijks Nederlandse lessen hebben gehad. Zij lopen in het begin wel eens verloren. Zeker in de collectieve vakken voor muziek.’
Daarom maakte de Academie, in samenwerking met vzw ‘de Rand’ en het Agentschap Integratie en Inburgering, gebruik van ‘impulssubsidies Vlaamse Rand’ voor een praktisch onderzoeksproject. De Clercq: ‘Geen wetenschappelijk onderzoek, maar een proefondervindelijke zoektocht naar methodes, ervaringen en een toepasbare visie.’
Jasmine Huttener, consulent bij het Agentschap Integratie en Inburgering, coördineerde en begeleidde het traject. ‘Een Academie is natuurlijk geen plek waar leerlingen Nederlands leren, ook al zijn er soms ouders die daar verkeerdelijk van uitgaan. In het beste geval worden de lessen voor anderstalige leerlingen wel gebruikskansen Nederlands en creëren we omstandigheden waarin zowel de leerkrachten als leerlingen weten waar ze aan toe zijn.’
Praktische tips
‘Zo hebben we hier in de zoektocht naar oplossingen een paar keer aan co-teaching gedaan, waarbij twee leerkrachten de krachten bundelen om iedereen mee te krijgen. Wat ook kan helpen is een woordenlijst beschikbaar maken – in het schoolschrift of zichtbaar in de klas. Hier en daar kort iets vertalen cultuur kán, maar het is toch eerder de bedoeling dat de leerkrachten werken met gebaren, visuele ondersteuning, duidelijke woorden en duidelijke zinnen. En dat ze eventueel de leerlingen elkaar even laten helpen.’
‘Daarnaast gaven we ook workshops over duidelijke taal en instructies om het personeel te versterken. We hebben ook samen een taalvisie geformuleerd die in het academiereglement komt. Zo weet iedereen – personeel, leerlingen en ouders – wat er van hen verwacht wordt. Nadien stelden we een taalactieplan op om dat taalbeleid levendig te houden. Door op pedagogische studiedagen de materie nog eens aan bod te laten komen bij het leerkrachtenteam of workshops nog eens te herhalen voor nieuwe leerkrachten. Een ander belangrijk instrument is de communicatie met de ouders. Brieven of mails hoeven niet in lange volzinnen, maar kunnen duidelijker gestructureerd in een begrijpelijke taal. Ook opendeurdagen en inschrijvingen zijn gelegenheden om ouders en leerlingen in te lichten over de visie van de school en om hen eventueel toe te leiden naar oefenkansen of lessen Nederlands in de Zandloper of elders.’
Het eindrapport van het taalondersteuningsproject zal gedeeld worden met het directeursoverleg en andere instanties en moet leiden tot meer aandacht en actie in verband met de uitdagingen in het deeltijds kunstonderwijs.
Tekst: Michaël Bellon
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper juni 2025