Gemeenschapskrant

De bouwstenen van Wemmel: de Amelgemmolen

06/02/25

Wil je de watermolen van Amelgem zien? Dan moet je helemaal naar de grens van Wemmel met Meise, aan het einde van de lange straat Bosch, vlak bij de Plantentuin.

De Amelgemmolen was een van de talrijke watermolens in een gebied dat lang aan de abdij van Grimbergen toebehoorde. Hij wordt aangedreven door de Amelvonnebeek, die ontspringt in Relegem en ook weleens de Meise-Molenbeek wordt genoemd. Eenmaal voorbij de A12 mondt de Amelvonnebeek uit in de Maalbeek, die eveneens in Relegem ontspringt. Het water van beide rivieren dreef vroeger vervolgens de ’s Gravenmolen, de Liermolen, de Tommenmolen en de Oyenbrugmolen aan, waarna de Maalbeek in de Zenne uitmondt.

Bovenslagmolen

Voor wie in technische details geïnteresseerd is: de Amelgemmolen is een bovenslagmolen. Dat type wordt gebruikt bij kleine riviertjes met een laag debiet die echter wel wat verval hebben, zodat het mogelijk is het water boven op het rad te laten vallen, door het water een beetje om te leiden. Het is ook een korenmolen, wat wil zeggen dat er graan mee werd gemalen. Voor het visbestand zijn dergelijke molens dan weer een obstakel. Grappig is dat de Amelgemmolen misschien ook Elverikmolen heet, want er moeten vroeger vlak bij elkaar twee molens geweest zijn, waarvan er een verdwenen is. En men weet niet precies welke. In ieder geval ligt de Amelgemmolen dus vlak bij het voormalige domein van Boechout, dat nu deels verkaveld is als villawijk, en deels de Nationale Plantentuin herbergt.

Illustere eigenaars

De geschiedenis van de molen zou teruggaan tot de 13e eeuw. De molen kende in de loop der eeuwen een aantal illustere eigenaars. Zo werd hij in 1529 aangekocht door niemand minder dan Barend van Orley, de grote Brabantse renaissancekunstenaar die hofschilder werd van Margaretha van Oostenrijk, landvoogdes van de Nederlanden. Van Orley stond bekend voor zijn ontwerpen van beroemde Brusselse wandtapijten, zoals de Jachten van Maximiliaan, die nu in het Louvre te bezichtigen zijn. Waarvoor van Orley een molen nodig had? Dat is niet geweten, maar de familie van Orley stond het goed in 1574 terug af aan heer van Wemmel Adrien Taeye. Nadat ook graaf Van der Noot eigenaar was geweest, diende zich in 1894 nog een andere illustere koper aan. Koning Leopold II verwierf de molen nadat hij eerder in 1879 ook al het kasteel van Boechout had gekocht voor zijn zus keizerin Charlotte, de voormalige keizerin van Mexico, die mentale problemen had en tot het einde van haar leven in het kasteel zou wonen.

Sinds 1947 is de molen in privébezit. Rond die tijd werd hij ook definitief stilgelegd. De laatste molenaar was Jean Baptist Gillesjans, die tot 1955 met zijn zoon Eugeen aan de molen woonde. In 1956 werd het pand volledig ingericht als woning. Heel wat gebouwtjes van het domein, waarin ook de paarden van postkoetsen konden drinken en rusten, waren toen al lang afgebroken. Op het domein ligt nog altijd een grote vijver, waarop Wemmelaars vroeger weleens gingen schaatsen.

Tekst: Michaël Bellon
Uit: zandloper februari 2025

Meer nieuws

  • Over het succes van Conversatie in de keuken

    26/05/26

    ‘Conversatie in de keuken’ combineert koken met taalkansen Nederlands. De eerste reeks van tweewekelijkse sessies in de Zandloper blijkt een schot in de roos. Met heel enthousiaste deelnemers, begeleiders, leerkrachten en vrijwilligers.

  • WK opnieuw op groot scherm

    26/05/26

    Onder de vlag van Parking W zetten de Wemmelse verenigingen opnieuw hun schouders onder de uitzendingen van het WK Voetbal op een groot scherm.

  • Sukkel van een sokkel

    26/05/26

    Laat ons even aandacht schenken aan de onbestemde halve zuil op het onbenutte stuk gazon pal in het centrum van onze gemeente.