De week van: Massimo Dendooven
28/09/26
Trainen bij de Remco Evenepoel Academy, tussendoor zelf kilometers malen en in het weekend af en toe een koers rijden. De week van Massimo Dendooven uit Wemmel draait voor een groot stuk rond de fiets. Hij koerst nog maar een jaar, maar weet waar hij naartoe wil. ‘Ik wil graag een wedstrijd winnen.’
Wie bij Massimo thuis binnenkomt, ziet meteen waar zijn hart ligt. In de living staat zijn Eddy Merckx-fiets te blinken op de rollen. ‘Fietsen doe ik eigenlijk al heel mijn leven. Met mijn loopfiets reed ik hier in onze wijk altijd toertjes aan de rotonde, rond de boom.’
Later vroeg hij thuis om een echte koersfiets. Uiteindelijk kreeg hij zijn eerste van zijn oma, die intussen is overleden. ‘Daarom ga ik hem nooit wegdoen. Die fiets heeft voor mij een grote emotionele waarde.’
Naar Campus Wemmel, waar Massimo pas gestart is in het eerste middelbaar, gaat hij eveneens met de fiets. ‘En ja, ook als het regent.’ Later wil hij er de sportrichting volgen. Tijdens de speeltijd gaat het op school ook vaak over de koers. ‘Er zit een meisje in mijn klas dat aan wielrennen doet. Als je allebei fietst, heb je meteen iets om over te praten.’
Na school is het eerst tijd voor hond Samm. ‘Het eerste wat ik doe, is hem buitenlaten. Daarna maak ik mijn huiswerk en ga ik vaak naar buiten. Als ik een slechte dag heb gehad, helpt het mij om op de fiets eens goed door te trappen. Zo kan ik mijn energie kwijt. Na een training ben ik pompaf, want ik geef altijd alles.’
Trainen op de Academy
Woensdag is zijn vaste trainingsmoment bij de Remco Evenepoel Academy. Binnenkort komt daar ook de zondag bij. ‘Als we in Schepdaal aankomen, moeten we Patrick, de papa van Remco, en alle trainers een hand geven. Respect is daar belangrijk. Want wie respect toont, krijgt dat ook terug.’
‘Zonder regels ben ik te speels’, geeft Massimo toe. Maar naast discipline draait de Academy voor hem vooral om plezier. ‘Ik train graag in groep. Dan kan je onderweg babbelen over wat er op school is gebeurd en samen lachen. Dat is tof.’
Ook zwemmen hoort bij zijn trainingsweek. ‘Ik zwem elke week mijn baantjes. Dat is goed voor mijn spieren. Vroeger voetbalde ik ook in Mollem, maar de combinatie met het wielrennen was te zwaar voor mijn knie. Ik moest kiezen.’ De fiets bleef. Het zwemmen kwam er ter afwisseling bij.
Koers in het weekend
In het weekend neemt Massimo af en toe deel aan wedstrijden. ‘In het begin was dat zwaar en werd ik wel eens gedubbeld. Maar het gaat steeds beter.’ Om zichzelf vooruit te helpen, stelt hij graag een doel. ‘Eerst wil ik bijvoorbeeld bij de eerste dertien eindigen, dan bij de eerste elf, dan bij de eerste tien. Zo wil ik altijd een plaatsje opschuiven. En veel bijleren, want koersen is ook veel tactiek.’
Natuurlijk droomt hij van een eerste overwinning. ‘Ik werk er al lang voor, dus nu mag het wel eens gebeuren.’ Op weg naar dat doel kan Massimo rekenen op zijn familie. ‘Als ik het moeilijk heb, kan ik altijd bij hen terecht.’ Zo gaat hij vlak voor een wedstrijd met zijn mama het liefst wat buiten het parcours staan. ‘Ik heb dan nood aan rust. Van te veel goede raad word ik zenuwachtig. Maar eens de wedstrijd is begonnen, zijn de aanmoedigingen onderweg wel plezant.’
Als ik het moeilijk heb, kan ik altijd bij mijn familie terecht
Na de koers trekt Massimo met zijn ouders graag naar café De Nachtegaal, zijn supporters-café en de thuisbasis van WTC Wemmel, waar zijn ouders ook deel van uitmaken. Met zijn familie dichtbij en zijn fiets nooit ver weg. Zo heeft hij het graag.
Tekst: Veerle Weeck
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper oktober 2026