Mark De Ridder is één jaar CEO van UZ Brussel
03/03/26
Een jaar geleden werd Mark De Ridder CEO van UZ Brussel. Met zijn roots in Wemmel leek het alsof hij voorbestemd was om dit grote dorp van personeel en patiënten te leiden.
Professor doctor Mark De Ridder heeft een sterke band met Wemmel en met UZ Brussel. Zes maanden na zijn geboorte in Etterbeek verhuisden zijn ouders naar Wemmel. Moeder gaf wiskunde in het Atheneum van Anderlecht en aan de VUB. Vader was hoofd van de dienst Sport, Jeugd en Cultuur van de toen nog niet opgesplitste provincie Brabant. Als zij uit werken waren, duwde zijn Wemmelse tante de kinderkoets voort tussen de velden tussen Rasselstraat en Molenweg. Wat later klom hij er zelf in de bomen en wandelde hij er rond met zijn twee Duitse herders. Vandaag spreekt De Ridder over ‘heimwee naar een plaats die niet meer bestaat zoals ze toen was. Omdat de voorstad haar innam.’
Topgeneeskunde is het werk van mensen
Sociale interactie
De Ridder was als kind ook een fervente zwemmer en nadien een tennisser die in zowat alle clubs in de omgeving speelde. Hij hield aquariumvissen, zoals er nu ook rondzwemmen op zijn kantoor, en ging naar de gemeenteschool in de J. Vanden Broeckstraat waar meester Van Zeebroeck
in het vijfde leerjaar zijn interesse in de wetenschap aanwakkerde.
Voorts herinnert De Ridder zich ook nog goed huisdokter Johan Schacht op de Windberg. ‘Als hij daar op een zondag in zijn tuin aan het werk was op het moment dat je langskwam omdat je gevallen was met je fiets, dan zette hij zijn schop aan de kant om snel de wond te hechten. Dat beeld van een dokter die voor de bevolking kan zorgen, met de sociale interactie die daarbij hoort, vond ik aanlokkelijk. En als iemand van mijn
familie of vrienden met gezondheidsproblemen kampte, wilde ik daar zelf ook altijd meer van begrijpen. Ik verloor mijn grootvader toen ik tien was, en heb me altijd afgevraagd wat er misgelopen moet zijn tijdens die fatale operatie aan zijn galblaas. Dat waren zaken waardoor ik interesse kreeg in natuurkunde, biologie en scheikunde. Ik twijfelde alleen nog tussen geneeskunde en dierengeneeskunde omdat ik ook veel met dieren bezig was.’
10.000 mensen
Het werd dus geneeskunde aan de VUB. Eerst nog een jaar in Etterbeek, en dan in Jette, waar hij bijna 35 jaar later nog altijd aan de slag is. Oncologie – meer bepaald radiotherapie of het bestralen van kankerpatiënten – is zijn specialiteit. Na zijn doctoraat deed hij ervaring op bij de dienst radiotherapie, waar hij in 2010 diensthoofd werd. In 2011 werd hij ook ondervoorzitter van de raad van bestuur van UZ Brussel. Daardoor lag het na nog eens vijftien jaar ervaring op klinisch én bestuurlijk vlak bijna in de lijn der verwachtingen dat De Ridder CEO van het ziekenhuis zou worden, na het terugtreden van zijn voorganger professor Marc Noppen.
Ik denk dat wij vrij vlot, met respect, en zonder grote discussies omgaan met diversiteit
De welgezinde professor heeft daar duidelijk nog geen spijt van. ‘Het is een functie waarvoor je eigenlijk niet kan studeren. Het gaat om een combinatie van opleidingen en van vaardigheden die je verwerft. Maar het is mooi om leiding te kunnen geven aan een organisatie waar je sinds je achttiende in rondloopt. Ik heb mijn vrouw hier leren kennen, mijn kinderen zijn hier geboren, veel van mijn studievrienden hangen hier ook nog wel ergens rond. Ik zal niet zeggen dat ik alle nieuwe personeelsleden bij naam ken, maar ongeveer 70 % ken ik persoonlijk. Dan kijk je anders naar een organisatie dan als je van buitenaf komt en misschien eerder de cijfertjes dan de mensen ziet. Ik krijg voortdurend feedback van wat goed of minder goed loopt, en iedereen voelt zich deel van een gemeenschap. Op dat gemeenschapsgevoel blijf ik inzetten. Het draait hier om universitaire, innovatieve topgeneeskunde en toptechnologie, maar de mensen die alles doen draaien, zijn minstens zo belangrijk.’
Het aantal personeelsleden van UZ Brussel ligt overigens rond de 5.000, waar ook nog eens enkele duizenden studenten en personeel van de faculteit bij horen. Tel daar de 700 opgenomen patiënten en de honderden ambulante bezoekers bij, en je zit met een groot ‘dorp’ waar dagelijks zo’n 10.000 mensen rondlopen. Dat dorp is een afspiegeling van de internationale gemeenschap die Brussel en de Rand geworden zijn. ‘Ik denk dat wij hier vrij vlot, met respect, en zonder grote discussies omgaan met die diversiteit. Terwijl we iedereen neutraal bejegenen. Wij zijn een universitair ziekenhuis omdat we nauw verbonden zijn met de faculteit geneeskunde van de VUB. Maar levensbeschouwelijk zijn wij strikt neutraal, en zijn uiteraard ook mensen van alle geloofsovertuigingen welkom als patiënt of personeelslid.’
Artsenquota
Over het personeelsbestand in zijn eigen ziekenhuis is De Ridder niet bezorgd. Al is hij natuurlijk vertrouwd met heikele thema’s in de zorg, zoals communicatie in het Nederlands, lange wachtlijsten of supplementen die zorg soms duurder maken. Volgens hem doen de artsenquota daar geen goed aan. ‘We worstelen in Vlaanderen met het feit dat het aantal studenten dat elk jaar aan de artsenopleiding mag beginnen door het toelatingsexamen beperkt is tot 1.723. Daarnaast zijn er ook nog eens strikte subquota voor bepaalde specialisaties, waardoor er per jaar bijvoorbeeld maar vier radiotherapeuten mogen afstuderen. Tel daar de vergrijzing en de veranderende work-life balance bij, en er ontstaat een gebrek aan artsen die opgeleid zijn aan onze Vlaamse universiteiten, en die ook onze taal kennen. Terwijl Europese artsen die een taalattest kunnen voorleggen wel vrij instromen op de arbeidsmarkt, en wij hun expertise gezien deze context ook hard nodig hebben.’
‘Onderfinanciering van onze sector in combinatie met overbevraagde artsen maken ereloonsupplementen vaak onvermijdelijk. Ook voor het wegwerken van wachtlijsten zijn wij afhankelijk van het beleid. Taal is voor ons dan weer een constant aandachtspunt. Omdat we
weten dat twee derde van alle medische fouten gebeuren door problemen met communicatie. Zelfs een begrip als ‘hoofdpijn’ betekent in verschillende talen en culturen vaak iets anders. Ik vind dus dat je als ziekenhuis volop moet inzetten op communicatie met de patiënten die je behandelt. En wij willen iedereen behandelen.’
Nieuw medisch gebouw
Radiotherapie, de specialisatie van De Ridder, is ook een van de sterktes van UZ Brussel, dat wereldwijd aan de top staat voor de snelle implementatie van hightech radiotherapie. ‘Ons machinepark is uniek in België. Als een firma een nieuw toestel heeft, dan zijn wij de eerste om dat uit te rollen en feedback te geven voor de verdere ontwikkeling.’
Specialisatie is iets dat De Ridder in de nabije toekomst als onvermijdelijk ziet, en noodzakelijk acht in het moderne ziekenhuislandschap. ‘De tweedelijnsfunctie blijft voor ons heel belangrijk voor patiënten uit de Vlaamse Rand die door hun huisarts worden doorverwezen. Maar ondertussen bekijken we met de ziekenhuizen die zich rondom ons bevinden én met de Raad van Universitaire Ziekenhuizen van België ook al waar welke zorg het beste kan worden verstrekt. De komende 20 jaar gaan we naar een model waarvoor we de taken zullen moeten verdelen en samenwerken. Hopelijk met een overheid die daarin beslissingen durft te nemen.’
Volgend jaar bestaat UZ Brussel overigens 50 jaar. ‘En dit voorjaar openen we een volledig nieuw medisch-technisch gebouw van 175 miljoen euro vol nieuwe operatiekamers, een afdeling intensieve zorg, ook voor kinderen, nieuwe labo’s, een oncologisch centrum … Echt een mijlpaal voor ons ziekenhuis.’
Tekst: Michaël Bellon
Foto: © FC
Uit: zandloper maart