Randnieuws: stilaan meer ontharding in de Rand
05/02/26
De Vlaamse Rand kampt met een hoge verstedelijkingsdruk vanuit het Brussels Gewest. Dat laat zich ook voelen in het ruimtebeslag en verhardingen voor nieuwe bouwprojecten. Toch is er een voorzichtige trend van ontharding vast te stellen.
Met 15,7 % verharde oppervlakte zit Vlaanderen in de kopgroep binnen Europa, dat een gemiddelde van 4,4 % heeft. Dat leidt onder meer tot een groter risico op overstromingen, minder water- infiltratie en -berging, minder CO2-opslag door planten en de bodem en een verlies aan biodiversiteit. In de Vlaamse Rand verschillen de gemeenten sterk in verharde oppervlakte. Eén constante is er wel: gemeentebesturen zetten steeds meer in op ontharding en waterbuffering. Mondjesmaat wordt er onthard. Zo is er in de Vlaamse Rand in heel wat gemeenten een voorzichtige neerwaartse trend ingezet qua verharding, al is er nog altijd een heel hoge woningnood en dus vraag naar meer woon- gelegenheden. Lees: meer verkavelingen en appartementsgebouwen.
Actief beleid
De verschillen in de Vlaamse Rand zijn opmerkelijk, zo blijkt uit cijfers van het Departement Omgeving (2023). Zo is bijvoorbeeld meer dan de helft van het grondgebied van Machelen en Drogenbos verhard. Tegelijk is de ontharding in Machelen het grootst. Hoeilaart en Overijse zijn, net als Tervuren, nog groene gemeenten. Lien Casier, raadgever Omgeving op het kabinet van Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (CD&V), duidt enkele cijfers. ‘Sint-Genesius-Rode heeft een deel van het Zoniënwoud op zijn grondgebied liggen en Linkebeek is een héél groene gemeente. Machelen en Drogenbos hebben dan weer veel meer bedrijventerreinen.’ Als we de kaart van Vlaanderen erbij nemen, dan merken we qua evolutie van ontharding in de Vlaamse Rand een voorzichtig positieve trend. ‘Ik denk dat we daar in de Vlaamse Rand al veel actiever beleid rond gevoerd hebben, omdat we ook meer ontwikkelingsdruk kennen. Bestaande sites worden hergebruikt of verbouwd. Dat is dan de perfecte kans om die op een andere manier in te richten: meer klimaatrobuust en dus ook minder verhard. Tegelijk bepaalt de hemelwater- verordening dat er ruimte moet komen om het water op eigen terrein opnieuw te laten infiltreren. De regelgeving stuurt dus aan op een andere invulling van de herbouwprojecten.’
Meerdere sporen
Lien Casier was in de vorige legislatuur ook schepen van Omgeving in Merchtem. ‘We hebben in de gemeente op meerdere sporen tegelijk ingezet’, vertelt ze. ‘Zo keken we met een kritische blik naar aanvragen voor nieuwe verharding in vergunningen. Af en toe bespraken we met de aanvragers welke verharding kon wegvallen. Bij nieuwe verkavelingen is er actief geïnformeerd over wat vrijgesteld was van vergunning en welke verkavelingsvoorwaarden er van toepassing waren. Dat heeft verharding – zoals het dichtklinkeren van voortuinen – vermeden.’
Merchtem is nog een vrij groene gemeente, net als buurgemeenten Meise en Asse. Maar hoe dichter een gemeente of deelgemeente tegen Brussel ligt, hoe hoger de verhardingsgraad, zo blijkt uit de tabel hiernaast. Grimbergen is voor zowat een vijfde verhard, een groot deel komt daar op conto van de sterk verstedelijkte kern van Strombeek-Bever. Buurgemeente Wemmel is dan weer een kleine gemeente die sterk verstedelijkt is. Gelukkig ligt een groot deel van de Plantentuin op Wemmels grond- gebied, anders zou dat percentage nog een pak groter zijn. Anders is het gesteld in Vilvoorde, Wezembeek-Oppem, Kraainem en Zaventem, gemeenten die te kampen hebben met een hogere verhardingsgraad. In Zaventem spreekt het voor zich dat die verharding deels te maken heeft met de aanwezigheid van bedrijventerreinen en alle luchthavengebonden activiteiten.
Verbreding van de Ring
Waar we in de Rand ook niet naast kunnen kijken, is de Brusselse Ring. Die wordt overigens in verschillende fases heraangelegd en zal nog worden verbreed. Dreigt dat de vele onthardingsprojecten zoals tegelwippen, geveltuinen, waterdoorlaatbare parkeerplaatsen … in heel wat Randgemeenten teniet te doen? De werken aan de Ring zijn noodzakelijk, maar er is wel de nodige aandacht voor het ruimtebeslag, zegt Marijn Struyf van De Werkvennootschap, een organisatie die is opgericht door de Vlaamse Regering voor grote en complexe mobiliteitsprojecten. ‘Verschillende op- en afritten en verkeerswisselaars liggen te dicht bij elkaar, waardoor gevaarlijke situaties ontstaan.
Met de heraanleg van de Ring willen we die situatie verbeteren. Tegelijk is er veel aandacht voor het ruimtebeslag. Zo reduceren we de zogenaamde voetafdruk van de Ring tussen de E40 in Sint-Stevens-Woluwe en diezelfde E40 in Groot-Bijgaarden met 23 %. Er komt ondanks de verbreding van de Ring 1 % verharding – iets minder dan 1 hectare – bij. Dat kan omdat we verkeersknopen compacter inrichten. Tegelijk zetten we in op meer buffercapaciteit. Bovendien komen er extra ecologische verbindingen tussen natuurgebieden, wat ook een positief effect heeft op de waterhuishouding. En de Woluwe komt open te liggen. Zo herstelt het project ‘Leve(n)de Woluwe’ de rivier en haar zijbeken in Wezembeek-Oppem, Kraainem, Zaventem, Machelen, Steenokkerzeel en Vilvoorde.’
Auteur: Joris Herpol
Beeld: ©FC