Waargenomen in W: Het verhaal van Pit Glas
24/08/26
In 1907 tekende Petrus Verhasselt, ook bekend als ‘Pit Glas’ de herberg ‘Het glazen huis’. Even terug in de tijd.
Petrus Verhasselt was architect en schepen in Wemmel in het begin van de 20e eeuw. Je kon er kortweg ‘Piet’ tegen zeggen. Maar omdat hij in 1907 ook de herberg tekende die in de volksmond Het glazen huis werd genoemd, stond hij ook bekend als ‘Pit Glas’. Terwijl hij eigenlijk al een bijnaam had, namelijk ‘Pit van Tiske uit de Mijt’. De Mijt was dan weer een ander café, uitgebaat door de vader van Petrus: Jan-Baptist, kortweg ‘Tiske’, langweg ‘Tiske uit de Mijt’.
Als bij wonder kreeg ‘Jan van ’t Jenevelken van Pruis’ een zoon die gewoon Johan Verminnen heette
De uitbating van een café was vroeger vaak een aanvulling op een andere stiel. Zo had kleermaker ‘Stoksken’ (zo genoemd omdat hij met een stok wandelde) een café op de hoek van de Ronkelstraat en de Brusselsesteenweg. En ‘Nette Pruis’ had een café samen met een coiffeur die Frans heette, en dus door iedereen werd aangesproken als ‘Frans de coiffeur’. ‘Nette Pruis’ zelf was een dochter van ‘Nelle Pruis’, die ook een café had: Bij Nelleke Pruis, ook ’t Jenevelken genoemd. Vandaar dat de zoon van Nelleke Pruis, de broer van Nette dus, ‘Jan van ’t Jenevelken van Pruis’ werd genoemd. Als bij wonder kreeg die Jan een zoon die gewoon Johan Verminnen heette. ‘Pruis’ bleek dus ook al geen echte naam te zijn, maar een bijnaam van de opa van Johan, die net als de Pruisen een fameus dikke snor had.
Wiske en Sussen
Misschien floreren bijnamen vooral in gezelschappen waar verschillende mensen hetzelfde heten. Met ‘Jef’ alleen konden de mensen vroeger niet veel. ‘Jef Piston’ was dan bijvoorbeeld duidelijker. Zelfs al was je als Jef getrouwd met een Wis, dan nog konden er misverstanden ontstaan. Want je had ‘Jef en Wis van Spettel’, maar evengoed ‘Jef den Engelsman’, die getrouwd was met ‘Wiske van Treze van Pater’. Die toevoegingen deden er dus toe. Ook ‘Miel van Jaak van Boerken’ mocht je zeker niet verwarren met ‘Miel van Georges van Schellekes’.
De naam Frans bood wel extra mogelijkheden. Of je bleef Frans – zoals in ‘Frans van Jef van Rozeke Sjiek’ – of je werd Swa – zoals in ‘Swa van Waiken’ – of het werd Sooi – zoals ‘Sooike Fluit’ – of je werd ‘Sussen’, zoals in ‘Sussen van Drossen’: de herbergier van café In de Nachtegaal, die eigenlijk Frans Hieronimus Mertens heette, maar afkomstig was van hoeve Den Drossen, en het café overliet aan Guillaume Cauwenbergh, ofte ‘Lommen uit den Bosch’. Want ‘Lommen’ komt van Guillaume. Zoals ‘Lemmen’ van Guillelmus komt, ‘Zaiken’ van Liza, ‘Taizen’ van Matthijs, ‘Jekken’ van Adrien en ‘Felen’ van Felix. Vandaar dat ‘Felix van Adrien’ – ook al een uitbater van het hogergenoemde Glazen huis – door de vrienden ’Felen van Jekken’ werd genoemd.
Tekst: Michaël Bellon
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper september 2026