Gemeenschapskrant Gemeenschapscentra vzw 'de Rand'
Acteur Ben Hamidou ruilde Molenbeek voor Wemmel
02/02/26
Langs Franstalige kant is Ben Hamidou een bekende acteur en theatermaker. Nederlandstaligen kennen hem misschien van zijn werk bij de KVS en van de televisieserie ‘Grond’. Molenbeek blijft een belangrijke rol spelen in zijn leven en werk. Maar zijn recente verhuis naar Wemmel was ergens ook een terugkeer.
In december was in Brussel nog Sainte Fatima de Molenbeek te zien, een van de monologen die schrijver en acteur Ben Hamidou maakte over zijn leven in Brussel, zijn kleurrijke familie en zijn liefde voor het theater. Toen de KVS rond het jaar 2000 verbouwde en tijdelijk in de Bottelarij in Molenbeek verbleef, was Hamidou er samen met zijn kameraad en collega Sam Touzani een van de talenten die in de buurt bleken te wonen. Meer recent vertolkte Hamidou in de Netflix-serie Grond een Brusselse begrafenisondernemer die zijn zaak overlaat aan zijn onervaren kinderen.
In het Molenbeekse Huis van Culturen en Sociale Samenhang geeft hij zijn ervaring als maker ook door aan de jongste generatie. Daarvoor moet hij nu pendelen vanuit Wemmel, waar hij woont in de straat waar ooit een oom van hem een kruidenierszaak uitbaatte.
Welkom in Wemmel. Iets zegt ons evenwel dat je Molenbeek nog niet achter je hebt gelaten.
‘Ik ben inderdaad nog altijd diep verbonden met Molenbeek. Ik zeg altijd om te lachen dat je Molenbeek eigenlijk niet kan verlaten. Molenbeek kan jou eventueel verlaten, maar dat gebeurt niet vaak. Molenbeek wordt vaak geassocieerd met problemen – die er ook zijn – maar ik focus vooral op de positieve dynamiek. Molenbeek is de gemeente van mijn jeugd. Ik ben er met mijn familie beland in 1958, toen ik zes maanden was. Ik heb dus de hele evolutie meegemaakt. Toen ik klein was, ging ik met mijn grootmoeder naar de markt op het gemeenteplein botermelk met grenadine drinken. Zo veel herinneringen en geuren komen terug als ik daaraan terugdenk. Ik ging als jongere naar de Foyer van Loredana Marchi, in de KVS heb ik mijn eerste voorstellingen gespeeld, en ik ben getrouwd in de Vaartkapoen. Ik heb ook tien jaar gewerkt bij de VMJ, de Vereniging van Marokkaanse Jongeren. Op dit ogenblik schrijf ik aan een nieuwe monoloog, Le retour à Molenbeek, die ik in 2027 in het Huis van Culturen zal spelen. Dat wordt opnieuw een autobiografisch stuk, waarin ik vanuit het verleden naar de toekomst wil kijken. Want veel jongeren kennen het verleden van Molenbeek niet.’
Ik woon nu in de straat van nonkel Tahar
Ook nu speelt je professionele leven zich nog grotendeels daar af.
‘Ik geef theaterateliers aan jongeren, met wie we verschillende projecten doen. Om de twee jaar spelen we ook een grote productie buiten Molenbeek. Zo stonden we drie jaar geleden nog met een project op basis van Othello in het Théâtre National. Dit jaar werken we op basis van een tekst van de Marokkaanse auteur Ahmed Ghazali: Le mouton et la baleine. Over een Russisch cargoschip dat in de Middellandse Zee tegen een boot met migranten vaart.’
‘Op die manier bereid ik ook een aantal jongeren voor op het conservatorium of de theaterschool. Meerdere van hen zijn zo al naar het Ritcs, het INSAS of het conservatorium van Luik getrokken. De beloftevolle Lina Miftah, die in de bekroonde film Skiff zit die in februari in de zalen komt, ken ik bijvoorbeeld nog van het Huis van Culturen. Die jongeren komen op hun beurt ook ateliers geven. De dynamiek van de jonge generatie is ongelooflijk en werpt toch een ander licht op Molenbeek. Maar dat zie je natuurlijk beter als je er zelf komt.’
Hier komen wonen was een beetje als terugkeren naar het Molenbeek van dertig jaar geleden, toen iedereen elkaar daar nog kende
Jammer genoeg werd Molenbeek niet geselecteerd als Culturele Hoofdstad van Europa in 2030. Die eer ging naar Leuven.
‘Ik heb hele traject van de ploeg met Jan Goossens en Fatima Zibouh van nabij gevolgd. Natuurlijk was de teleurstelling groot toen Molenbeek het niet werd. Zeker voor de bevolking en de jeugd zou zo’n titel met internationale impact heel mooi geweest zijn. De activiteiten die tijdens de kandidatuur georganiseerd werden, waren intens en breed gedragen.
Hopelijk blijven we toch profiteren van de dynamiek die tijdens de twee voorbereidingsjaren gegroeid is en blijven we als kunstenaars voortwerken. Leuven was trouwens ook een goede kandidaat en zal dat goed doen.’
Ben je ondertussen al wat gewend aan het leven in Wemmel?
‘Hier komen wonen was een beetje als terugkeren naar het Molenbeek van dertig jaar geleden, toen iedereen elkaar daar nog kende. Je voelt de dorpse kant hier nog een beetje. Ik heb hier mijn slager op de hoek. Ik heb mijn Nederlandstalige buurman met wie ik af en toe een praatje maak. Ik begin mijn gewoontes te kweken, zoals genieten van mijn tuin of al eens een wandelingetje doen. Mijn vrouw werkt bij een Wemmelse
opticien op de Romeinsesteenweg. En de twee kinderen zijn het huis uit. Daarom heb ik nu twee katten (lacht).’
‘Al kan ik nog niet zeggen dat ik al echt betrokken ben. Toen mijn zoon trouwde, was dat de eerste keer dat ik echt op het kasteel moest zijn. Door het werk overdag, moet ik op cultureel vlak nog veel ontdekken. Ik hou ook van talen, dus heb ik me opnieuw aan het Nederlands gezet. Lezen is niet zo’n probleem, maar mijn actieve woordenschat moet beter. Ik heb meer praktijk nodig.’
Was er een reden waarom je uitgerekend in Wemmel kwam wonen?
‘Twee zaken speelden. Financieel lukt er hier nog meer dan in Jette of Ganshoren. Maar daarnaast was er ook een emotioneel argument. Ik had vroeger namelijk een oom, nonkel Tahar. Hij was een ongelooflijk personage en hield de kruidenierszaak open op de hoek van de J. De Ridderlaan en de Alboom.’
‘Die zaak heette toen Bij Kathy, naar de naam van zijn vrouw. Nonkel Tahar, de broer van mijn moeder, leefde tegen 200 kilometer per uur. Hij zat in de horeca en was de hele tijd bezig. Hij verzorgde banketten voor 200 personen, hij kende iedereen, zelfs bij de Lion’s Club. Toen ik jong was, ging ik soms bij hem op bezoek in de winkel. Hij verkocht daar ook gebraden kip, bier, wijn ... Ook mensen die op het Vlaams Blok stemden, kwamen bij hem over de vloer. ‘Jij bent niet zoals de andere Marokkanen’, zeiden ze dan tegen hem. In ieder geval geloofde hij in de mens, vertelde hij mij dan.
‘Mensen kunnen altijd veranderen, en elkaar leren kennen is de beste manier.’ Ik ben niet bijgelovig, maar het was toch wel een ongelooflijke speling van het lot dat net hier in de J. De Ridderlaan een huis te koop stond.’
Tekst: Michaël BEllon
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper februari