AVO Wemmel: Nieuw bloed moet club overeind houden
03/03/26
De legendarische volleybalclub AVO Wemmel mept al sinds eind jaren 60 ballen over het net. Om dat ook volgend seizoen nog te kunnen doen, zijn er wel nieuwe leden nodig.
We zijn momenteel nog altijd heel competitief in de tweede provinciale reeks van Vlaams-Brabant’, aldus Gert Venken, die speler-voorzitter is van
AVO Wemmel. ‘Sportief gaat het ons dus voor de wind. We zijn aan het seizoen begonnen met 12 spelers, wat zeker voldoende is voor een volleybalploeg. Maar een groot deel van die spelers geeft al een tijdje aan dat het stilaan op is. Veel van hen zijn ondertussen halverwege de 30 en hebben er al een paar jaartjes bij gedaan om de club te helpen. Nu een aantal van hen samen heeft beslist dat het er voor hen op zit, zijn we op zoek naar vervangers om de jongere spelers die er de voorbije jaren zijn bijgekomen aan te vullen. Dus als er nog mensen geïnteresseerd zijn om volleybal te spelen in competitieverband: het is nu of nooit om je kenbaar te maken!’
Interesse om volleybal te spelen in competitieverband? Het is nu of nooit om je kenbaar te maken!
IJs wegkrabben
Venken is zelf al 15 jaar aangesloten bij AVO, staat nog altijd op het veld, en is voorzitter sinds een jaar of vijf. Secretaris en oud-speler Dirk Van Bellingen is er al bij sinds halverwege de jaren 70. Hij situeert de oprichting van AVO rond 1969, weet dat het oude stamnummer BW0161 ooit werd overgenomen van een Jetse club, en dat AVO de afkorting is van ‘Atletiek Vlug Op’ – de atletiekvleugel van de vroegere voetbalclub Vlug Op Wemmel. In het begin speelde AVO Wemmel zelfs nog in openlucht.
‘Er gaan verhalen van oud-spelers die het terrein in de winter sneeuwvrij moesten maken, en het ijs weg moesten kappen uit de putjes waar de palen in gingen. In de bloeiperiode was AVO een van de grootste Brabantse clubs, met heel veel jeugdploegen en 160 à 170 leden. Er werd toen in de streek overal veel volleybal gespeeld. Ook omdat er voor de jeugd niet zo veel alternatieven waren als nu. Maar op het moment dat de jeugdreeksen wegvallen, ben je ook voor het in stand houden van je eerste ploeg afhankelijk van spelers die van elders komen.’
Geen jeugdploeg meer
Venken kan dat bevestigen. ‘Als je op het hoogste niveau speelt, straalt dat altijd af op de jeugd. Maar als je zelf geen jeugdploeg meer hebt, valt de doorstroom van onderuit weg. De laatste jaren proberen we dus spelers die al een volleybalverleden hebben aan te trekken om zich aan te sluiten. Veel van de spelers die nog bij ons ingeschreven zijn, startten ooit bij Toffe Jeugd Volleybal Zellik en later Lindemans Aalst. Ze zijn daar beginnen te volleyballen als jonge gast en dan in verschillende golven overgekomen naar Wemmel.’
Dat dat nu moeilijker lukt, is het gevolg van een samenloop van omstandigheden. ‘Als je een gezin met jonge kindjes hebt, dan heb je na 20 jaar 3 keer per week trainen misschien wel eens zin om iets anders te gaan doen’, zegt Venken. ‘Er wordt in het algemeen ook minder gevolleybald. Ik zie dat ook de clubs in de omgeving het moeilijk hebben om voldoende spelers aan te trekken. De grotere Brabantse clubs zitten in het Leuvense. Aan onze kant van Vlaams-Brabant gaat het vaak om kleinere clubs met minder ploegen, of maar één.’
Kom mee trainen!
Een voordeel is wel dat AVO Wemmel meestal geen verre verplaatsingen te doen heeft. En dat er een band ontstaat met sommige tegenstrevers. Venken: ‘Sinds kort speelt Meise in de reeks boven ons, en dat is hen zeker gegund (lacht). Maar het was altijd fijn om die derby tegen onze buren te spelen. Als je ze elk seizoen twee keer tegenkomt, worden concurrenten op den duur ook een beetje vrienden. En AVO is altijd en club geweest waar het samenzijn bij een pintje na de wedstrijd belangrijk was. Gezelligheid hoort er tot op de dag van vandaag bij.’
De competitie van AVO Wemmel loopt nog tot in maart. Tot dan trainen ze op dinsdag en donderdag van 20 tot 22 uur. De thuiswedstrijden zijn op zaterdag om 17.30 uur. ‘Geïnteresseerde nieuwe spelers met een volleybalachtergrond ontvangen we graag tijdens een training om te zien of we samen verder kunnen. Half maart zouden we dan moeten weten waar we volgend seizoen aan toe zijn.’
Tekst: Michaël Bellon
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper maart