Lotte Vander Elst voetbalt met een doel
31/03/26
Twintig uur voetballen per week, school combineren met topsport en om de zes maanden opnieuw bewijzen dat ze haar plaats verdient in de jeugdselectie van de Red Flames. Dat is voor Lotte Vander Elst (15) uit Wemmel de dagelijkse realiteit. ‘Ik beleef mijn droom, maar de weg is nog lang.’
Als ik bij de familie Vander Elst binnenstap, kleurt het tv-scherm groen. RSC Anderlecht speelt en Lotte zit samen met haar papa Steven geboeid te kijken. Pas als de eerste vraag in dit interview valt, gaat het toestel uit. Ook buiten trainingen en wedstrijden om staan voetbal en sport hier in huis centraal.
Van speelplaats naar selectie
Die passie voor voetbal begon vroeg. ‘Ik was zes jaar. De jongens uit mijn klas gingen voetballen bij KFC Meise en ik wilde dat ook proberen.’ Wat startte vanuit goesting, groeide al snel uit tot een passie. ‘Buiten de trainingen was ik minstens een halfuur aan het sjotten, met mijn broer of alleen.’ Ze nam de adviezen van haar trainers meteen serieus. ‘Ik ben rechtsvoetig, maar kreeg de tip om elke dag met links tegen een muur te trappen en tijdens de training zo veel mogelijk mijn linkervoet te gebruiken. Daardoor kan ik nu bijna even goed met links spelen als met rechts.’
Van bij het begin speelde Lotte tussen de jongens. Dat mag tot haar achttiende, en daar maakt ze bewust gebruik van. ‘Het spel gaat sneller, de intensiteit is groter; daar leer ik veel uit.’ Vandaag is ze bij SK Londerzeel het enige meisje in haar team. ‘Ik heb daar nooit problemen mee gehad. Soms reageren tegenstanders wel gefrustreerd als ik beter ben en spelen ze harder. Maar dat motiveert mij net om te blijven gaan.’
‘Ik probeer altijd te blijven vechten tot het einde. Als we 2-0 achterstaan, loop ik nog meer dan ervoor. Of als het niet goed vlot, blijf ik de bal vragen. Ik verstop me niet.’ Die durf en mentaliteit bleven niet onopgemerkt. Het leverde Lotte een selectie op voor de Yellow Flames Topsportschool én een plaats bij de Red Flames (U15), waar de beste voetbalsters uit heel België samenkomen.
Mijn ultieme droom? Spelen voor de Red Flames
Topsport op de schoolbanken
‘In september maakte ik de overstap van het Jan van Ruusbroeckollege naar de Topsportschool in Leuven. Ik zit nu op internaat en combineer mijn studies natuurwetenschappen met een stevig trainingsschema. We trainen ’s ochtends voor de lessen en soms ook ’s avonds. In totaal kom ik aan ongeveer 20 uur voetbal per week.’ Op school krijgt ze minder les dan in een gewone richting, maar moet ze de leerstof zelfstandiger verwerken. ‘Ik moet goed plannen en mijn werk bijhouden. Dat lukt meestal, maar in drukke weken voel ik wel dat het veel is.’
Bij de Yellow Flames traint Lotte van maandag tot vrijdag met een vaste groep meisjes. Op donderdag spelen ze competitie tegen jongensploegen. ‘We zijn onlangs een niveau gestegen. Het is pittig, maar dat is net goed. Soms staan we voor en geven we het nog uit handen. Dan weet je dat je tot het laatste fluitsignaal scherp moet blijven.’ In het weekend speelt ze daarnaast ook nog competitie met SK Londerzeel. Wedstrijden stapelen zich op, ‘maar het is weer een kans om bij te leren’, vervolgt ze.
Dat constante wedstrijdritme is volgens haar ook de ideale voorbereiding op het hogere niveau waar ze naartoe wil. Want tussen al die trainingen en competitiewedstrijden door trekt Lotte regelmatig het shirt van de Red Flames U15 aan. Daar ligt het tempo nog hoger, zijn de verwachtingen nog scherper en speelt ze vriendenmatchen tegen andere landen.
Presteren onder druk
De selectie voor de Red Flames voelt als een extra erkenning, maar zekerheid is er nooit. Om de zes maanden worden de speelsters opnieuw geëvalueerd. ‘Je moet jezelf blijven bewijzen. Dat zorgt wel voor druk, maar ik probeer daar niet te veel aan te denken. Meer dan mijn best kan ik niet doen.’
Bij haar eerste wedstrijd droeg ze meteen de kapiteinsband. ‘Ik denk dat ze mij zien als iemand met leiderschap. Als ik iets zeg, luisteren de anderen. En ik probeer positief te blijven, ook als het moeilijk gaat.’ Tegelijk blijft ze nuchter. ‘Als ik morgen geen kapitein meer ben, is dat ook oké. Het draait niet om mij, maar om het team.’
Mentale veerkracht maakt deel uit van de opleiding. In workshops leren de voetbalsters omgaan met druk, tegenslagen en verwachtingen. ‘Mijn werkpunt is dat ik fouten sneller moet loslaten. Tijdens de match kan ik dat goed, maar achteraf kan dat nog blijven hangen. Sterk zijn betekent niet dat je nooit ontgoocheld mag zijn. Je mag even teleurgesteld zijn, maar de training erna moet je er weer staan.’
Wat haar helpt? ‘Voldoende slapen. Als ik goed geslapen heb, voel ik mij veel sterker.’ Maar ook haar trainers – Marijke Callebaut en Nils Waterschoot – spelen een belangrijke rol. ‘Als het minder gaat, zijn zij er voor mij. Zo’n coach zou ik later ook willen zijn.’
Het leven als jonge topsporter vraagt offers. Feestjes met vrienden laat Lotte vaak aan zich voorbijgaan. ‘Ik vind dat niet erg. Ik haal meer plezier uit voetbal.’ In het weekend moet ze vooral rusten, om op te laden voor een nieuwe trainingsweek. Haar ouders volgen haar traject van dichtbij. ‘Ze zijn trots, dat voel ik, al is het niet altijd eenvoudig om na een week op internaat weer te wennen aan het leven thuis. Dan is het soms wat zoeken naar elkaar. Maar ze steunen me enorm.’
Sterk zijn betekent niet dat je nooit ontgoocheld mag zijn. Maar de training erna moet je er weer staan.
Met vizier op de Red Flames
‘Op het veld speel ik het liefst als aanvallende middenvelder. Daar kan ik mee verdedigen, maar ook aanvallen en scoren. Ik hou van die afwisseling.’
Haar grote droom is duidelijk: ooit doorstromen naar de eerste ploeg van de Red Flames en profvoetballer worden. ‘Mijn land vertegenwoordigen is mijn ultieme doel.’ Maar als ze verder mag dromen, kunnen ook OHL, RSC Anderlecht of FC Barcelona haar bekoren, waar Aitana Bonmatí en Alexia Putellas – haar voorbeelden – spelen.
Lotte beseft dat de weg nog lang is, dat selecties kunnen veranderen en dat niets vanzelf gaat. Wat zou ze zeggen aan jongeren die dromen van een voetbalcarrière? ‘Blijf vooral plezier maken. Als je er geen plezier in hebt, hou je het niet vol. En geef niet op als het eens minder gaat. Iedereen maakt fouten of zit eens op de bank. Gewoon hard blijven werken en je best doen. Meer kan je niet doen.’
Misschien is dat wel haar grootste kracht: dromen met beide voeten stevig op het veld.
Tekst: Veerle Weeck
Foto: © Tine De Wilde
Uit: zandloper april 2026